De zwevende wereld : de verbonden levens van Franz von Siebold en Kusumoto Ine
Details
349 p. : ill.
Besprekingen
De Standaard
Vaak zijn ze gehuld in hagiografische mist, de mannen - want dat zijn het doorgaans - die in een al dan niet illuster verleden uitzonderlijke daden hebben verricht. Ze worden geroemd om hun onbaatzuchtigheid, hun intellect, hun ijver. En toch zijn hun motieven vaak allerminst nobel. Die indruk krijg je ook bij het lezen van het meeslepende De zwevende wereld , het dubbelportret dat Annejet van der Zijl wijdt aan Franz von Siebold (1796-1866) en zijn Japanse dochter Kusumoto Ine (1827-1903).
Opvallend is dat de auteur Siebold consequent “Franz” noemt. Daarmee haalt ze hem weg uit de koele sfeer van de wetenschapsgeschiedenis en brengt hem dichtbij, bijna als een romanfiguur. Het resultaat is een levendig portret dat meer is dan een biografie. Het boek geeft ook een beeld van het afgesloten Japan van de shoguns tot de Meiji-restauratie, van Commodore Perry's kanonnen in 1853 tot de vroege twintigste eeuw.
Annejet van der Zijl is met deze biografie niet aan haar proefstuk toe. In de voorbije kwarteeuw liet ze haar licht schijnen op Annie M.G. Schmidt (2002), Sonny Boy (2004) en prins Bernhard (2009). Haar recentste historische non-fictieboek, Fortuna's kinderen (2021), is een familiekroniek over een Nederlandse migrant in de VS die zijn geliefde vrijkoopt uit de slavernij.
Het verhaal begint in Würzburg, waar Franz opgroeit in een geslacht van artsen. Zijn vader sterft jong en laat zijn gezin berooid achter. De familie biedt nauwelijks steun, waardoor moeder en zoon moeten intrekken bij haar broer, een priester met bescheiden middelen. Franz is geen briljante student, maar het is zijn grote droom om een leven te leiden als dat van Alexander von Humboldt (1769-1859), die wetenschap en avontuur tot een nieuw ideaal maakte.
Spionage
Als de Nederlandse koloniale overheid een legerarts zoekt voor de Oost (Oost-Indië), grijpt hij zijn kans. In 1823 bereikt hij Deshima, een piepklein eiland bij Nagasaki waar alleen de Nederlanders handel mogen drijven. Het zijn de gelukkigste jaren van zijn leven: hij sticht er een medische school, verzamelt planten als de blauweregen en Japanse duizendknoop, dieren, kunst en kaarten, en woont samen met de courtisane Sonogi, met wie hij een dochter krijgt: Ine.
Maar zijn ambitie drijft hem te ver. In ruil voor verboden Japanse kaarten wisselt hij Europese werken uit met de astronoom van de shogun. Hij ziet dat niet als spionage, maar als een zoektocht naar kennis en glorie. Wanneer de politie een pakketje onderschept, volgt zijn arrestatie en na een jaar van verhoren zijn verbanning.
In 1829 keert Franz terug naar Europa. Hij brengt een deel van zijn planten naar Antwerpen, Gent en Brussel, maar na de Belgische Opstand vestigt hij zich in Leiden, waar zijn collectie nog steeds te zien is. De volgende decennia jaagt hij twee dromen na: wetenschappelijk succes en een terugkeer naar Japan. Beide gaan slechts ten dele in vervulling. Hij publiceert Nippon en Flora Japonica , adviseert koning Willem I en wordt in de adelstand verheven. Toch blijft de weerklank beperkt: Nippon verkoopt slecht, botanische transacties stranden op zijn arrogantie, en met collega's ligt hij voortdurend overhoop.
Ontgoocheling
Aanvankelijk stuurt hij zijn geliefde Sonogi nog dure cadeaus, maar zodra hij hoort dat ze is hertrouwd, laat hij zelfs haar jaarlijkse brieven onbeantwoord. In 1845 trouwt hij met Helene von Gagern, met wie hij vijf kinderen krijgt, maar ook voor dat gezin toont hij weinig interesse. Wanneer hij na dertig jaar eindelijk naar Japan mag terugkeren, laat hij vrouw en kinderen achter zonder middelen: zijn salaris wordt rechtstreeks in Japan gestort, zodat Helene moet terugvallen op haar familie. Alleen zijn twaalfjarige zoon Alexander, die later een briljante tolk zal worden, neemt hij mee.
Wat een triomfantelijke terugkeer lijkt, draait al snel uit op een ontgoocheling. Zijn vroegere geliefde leeft nog, en zijn dochter wacht de Nederlandse schepen op, verlangend naar een vader die haar eindelijk ziet. Maar in plaats van trots of waardering krijgt Ine - inmiddels vroedvrouw aan het keizerlijk hof - geen erkenning voor haar medische verdiensten; ze voelt zich vernederd als ze hoort dat Franz verwacht dat ze zijn huishouden runt. Ze laat zijn naam vallen en bouwt als Kusumoto Ine een eigen reputatie op, die de zijne ver overstijgt en die na haar dood nog groeit dankzij musicals en videogames.
Franz, daarentegen, overschat zichzelf opnieuw. Hij wil een sleutelrol in de diplomatie, maar mist talent. Europese hoven laten hem links liggen, zijn inmenging in de Japanse politiek wekt ergernis. Terug in Europa moet hij de collectie van zijn tweede reis verkopen. Berooid, verbitterd en zonder vrienden sterft hij in 1866 in München, met zijn laatste woorden nog altijd naar het oosten gericht: “Ik ga naar het land van vrede.”